Waarom MBV praktijk zoveel gevraagd wordt

Inbraaksystemen zijn gevoelig

Er is op de arbeidsmarkt een toenemende vraag naar medewerkers die de opleiding MBV praktijk gevolgd hebben. Dat is heel gemakkelijk te verklaren, want er is een toename aan inbraken in woningen. Steeds meer mensen nemen daarom een inbraakpreventie systeem en een alarm installatie in hun huis. Die systemen zijn in losse componenten te koop in winkels, maar ze blijken dan toch niet voldoende te werken. De apparaten zijn gevoelig voor storingen; de kat die door het huis loopt is soms al in staat om de politie op je stoep te krijgen. Het is dan ook logisch dat mensen liever een beveiligingsbedrijf inschakelen om de installatie aan te leggen.

Een tekort aan geschoold personeel

Wanneer men een beveiligingsbedrijf inhuurt moet dit bedrijf beschikken over voldoende monteurs Beveiligingsinstallaties. Hoewel beveiliging een vak is wat op het ROC geleerd wordt is de opleiding om een beveiligingsinstallaties aan te leggen iets nieuws voor de monteurs. De bedrijven zullen er dan ook zelf op moeten toezien dat hun personeel goed geschoold is voor het aan het werk gaat. De opleiding MBV voorziet in deze nood; het is een opleiding die op de werkvloer gevolgd kan worden waarna de monteur in staat is om een beveiligingsinstallatie aan te brengen en in te stellen.

De vaardigheid van analyseren

Een goede monteur is in staat om aan bug fixing te doen. Als er fouten in het systeem zitten waardoor er steeds een loos alarm wordt afgegeven moet de monteur in staat zijn om het systeem anders in te stellen. Dit vereist een zekere aanwezigheid van oplossend vermogen bij de monteur. Er moet genoeg inzicht zijn in de apparatuur die wordt ingebouwd bij bedrijven en bij woningen. Ook moet de monteur communicatief in staat zijn om aan de klant de installatie uit te leggen.

Wat te doen als je niet weet wat je moet doen? Allesbehalve niets!

Het zal de meeste mensen nooit overkomen, maar het kan je zomaar gebeuren dat iemand in je omgeving plotseling bezwijkt aan een hartaanval. Wanneer dit gebeurt zijn het de eerste minuten die bepalen of deze persoon het zal overleven of niet. Wat blijkt? Zelfs mensen met een EHBO-diploma durven vaak niet over te gaan op reanimeren omdat ze bang zijn het fout te doen. Vandaar dat het goed is even stil te staan bij hetgeen je moet doen in geval van nood.

Niets doen is eigenlijk altijd fout

Het is zeker waar dat er achter het reanimeren van een persoon een bepaalde techniek schuilgaat. Bovendien loop je altijd het risico dat je een paar ribben breekt bij een persoon. Echter het gaat in dezen om een mensenleven. Iemand niet helpen is altijd minder goed dan wel iets doen. Eigenlijk bestaat er niet zoiets als verkeerde reanimatie. Er bestaat alleen goede en hele goede reanimatie. De enige slechte hulp is de hulp die je niet biedt.

Waarom toch de twijfel?

De reden dat mensen toch huiverig zijn om te reanimeren is in de praktijk vooral het gevolg van het feit dat men in een noodsituatie vaak moeite heeft met helder denken. Veel mensen zijn dan geneigd een passieve houding aan te nemen. Om de angst om te reanimeren tegen te gaan wordt er bij de trainingen waarin reanimatie wordt behandeld tegenwoordig ook ingegaan op deze angst. In feite wordt cursisten ingepeperd dat je bij een hartaanval twee dingen moet doen: 112 bellen en reanimeren, in die volgorde. Het lijkt heel simpel, maar in de praktijk blijkt het van levensbelang om deze kennis paraat te hebben. Daarom: Reanimeren is altijd goed, zelfs als je het fout doet. Iets redt meer levens dan niets.